1
Je staat in open contact met de
omgeving en tegelijkertijd behoud je je eigen kleur.
Je ziet, hoort en voelt alles op zo'n manier dat je jezelf daarin
niet verliest. |
2
De omgeving vermengt zich met een
deel van jezelf.
Binnenin zit nog een eigen kern. Je probeert je tegen ongewenste
invloeden te beschermen.
Tegelijkertijd zijn meningen van anderen belangrijk. Het kost
moeite jouw kleur te behouden en naar buiten te brengen. |
3
De omgeving dringt je kern binnen.
Voor jezelf én voor de omgeving is nauwelijks zichtbaar wie je
bent, welke "kleur" je hebt. Je probeert je verdediging te
versterken.
Het kost veel energie om te functioneren, om te doen wat anderen
verlangen. |